 |
|
 |
De drie geloften kleuren sterk het gemeenschapsleven. Zij vormen een kernachtige samenvatting van Gods liefdesboodschap zoals die in Jezus’ evangelie en leven duidelijk werden.
De gelofte van de armoede roept ons op om de armoede die Christus beleefde na te volgen door dienstbaar, solidair, sober en weldoende te leven. In het spoor van Augustinus beleven norbertijnen de armoede vooral als gemeenschappelijk bezit: niet alleen goederen, maar ook talenten en kennis worden ten dienste gesteld van gemeenschap, kerk en samenleving .
De gelofte van het celibaat of de zuiverheid inspireert zich op Jezus’ liefde. De liefhebbende Jezus toont hoe Gods liefde het leven van een mens zo vervult dat hij kan verzaken aan een exclusieve liefdesrelatie en een gezin. Deze gelofte vraagt niet enkel onthechting, maar evenzeer grote naastenliefde en innige verbondenheid met mensen.
De gelofte van de gehoorzaamheid richt zich op de gehoorzame Jezus die veel aandacht heeft voor Gods Woord én voor de vragen van de naaste. In het abdijleven houdt de gehoorzaamheid een opdracht in om aandachtig te luisteren naar elkaars noden, vreugden en meningen. Het gehoorzamen van de oversten geeft uiting aan de bereidheid om het gemeenschapsbelang te vrijwaren.
De drie geloften concretiseren het verlangen van elke medebroeder om zoals Jezus het eigen leven als een gave aan God en mensen te beschouwen.
“De professie brengt de gave van onszelf tot uitdrukking: gedreven door één en dezelfde bezieling geven wij ons aan God en aan de gemeenschap die ten dienste staat van het Gods volk. De professie sluit ons niet op in onszelf, maar zet ons aan om in een vriendelijke verbondenheid met andere christenen het Rijk Gods te zoeken.”
Constituties van de Orde van Prémontré
|
|
 |
|
 |