De vorming
“Christus is uw leven. Bekleed u dan met de nieuwe mens”
Het noviciaat
De nieuwe kandidaten voor het norbertijnse kloosterleven ontvangen het witte kloosterhabijt (inkleding) op 28 augustus, het hoogfeest van de heilige Augustinus, onze regelvader. Op die dag begint het noviciaat dat twee jaar duurt. Het noviciaat is een tijd waarin de jonge religieus zijn roeping verder kan uitzuiveren en groeien in eenheid met de medebroeders naar God toe.
Tijdens die jaren ontvangt de novice (van het Latijnse novitius: nieuweling) een vorming die hem helpt in te groeien in het norbertijns kloosterleven. De verschillende aspecten van het religieuze leven zoals het broederlijk leven in gemeenschap, bidden en vieren, dienstbaarheid,… worden gekleurd door het charisma van de orde. De novicenmeester of magister is verantwoordelijk voor die vorming. Elke kandidaat heeft ook een persoonlijke geestelijke begeleider.
De verschillende onderdelen van de vorming tijdens het noviciaat worden gegeven door medebroeders van de abdij. Een greep uit de vakken: Inleiding op de Bijbel, Inleiding op de psalmen, Inleiding tot het gebed en de meditatie, Spiritualiteit, Geschiedenis van het kloosterleven en het religieuze leven, De heilige Augustinus en zijn regel, De constituties van de premonstratenzer orde, Latijn, Geschiedenis van de abdij van Averbode, Geschiedenis van de premonstratenzer orde,…
Studie is echter maar een onderdeel van de vorming. Naast les volgen, wordt er ook met de handen gewerkt. Elke novice heeft enkele praktische taken waar hij verantwoordelijk voor is: poetswerk in huis, de bloemen en planten in de kerk,…
Naast werk en studie is er tijd voor persoonlijk gebed, lectio divina, en meditatie. Omdat de boog niet altijd gespannen moet staan wordt de kandidaat aangemoedigd bezig te zijn met de eigen hobby’s. Familie en vrienden kunnen regelmatig op bezoek komen. Na Kerstmis en Pasen en tijdens de maanden juli of augustus is er de gelegenheid om samen met de familie enkele dagen vakantie te nemen.
“Een leven van communio…”
De tijdelijke professie
Na twee jaar noviciaat krijgt de novice de kans om zich door tijdelijke professie voor drie jaar aan God en de gemeenschap van Averbode te binden. Hij belooft daarbij aan de wereld te verzaken en leven van bekering en communio (gemeenschap) te leiden dat vooral gekenmerkt wordt door armoede, gewijd celibaat en gehoorzaamheid. Het evangelie van Christus, de levenswijze van de apostelen en de Regel van de heilige Augustinus bieden daarbij de belangrijkste inspiratiebronnen.
Na de tijdelijke professie krijgt de jonge medebroeder de kans om de eerste pastorale ervaring op te doen, vooral met jongeren. Heel dikwijls wordt hij proost of aalmoezenier bij een jeugdbeweging in de omgeving van de abdij. Meewerken als catechist in de vormselcatechese van een parochie is een andere boeiende mogelijkheid. Dit engagement buiten de abdijmuren biedt de mogelijkheid om de eigen pastorale talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Binnen de abdij kan de medebroeder meewerken aan de voorbereiding en begeleiding van de activiteiten voor jongeren die in de abdij georganiseerd worden.
“Ik geef mij en draag mij op…”
De eeuwige professie
Na vijf jaar van ingroeien en vorming in de abdijgemeenschap bindt de jonge kloosterling zich voor altijd en met heel zijn leven aan God, door zijn band met de gemeenschap.
“Dienaar van de vreugde”
Als kloosterling, priester worden
Norbertijnen worden gezonden om zoals Jezus Christus zorg te dragen voor onze naasten. De bewogenheid voor mensen beleven de medebroeders van Averbode in parochies, bewegingen, scholen, instellingen en uitgeverijen.
Dat vraagt echter een gedegen filosofische, theologische en pastorale vorming. Vanaf het tweede jaar noviciaat kan de jonge medebroeder daartoe de cursussen volgen in AGRIPO, het instituut van de Vlaamse norbertijner abdijen dat instaat voor de priesteropleiding van de jonge norbertijnen.
Tijdens de eerste twee jaren staat de filosofie centraal. De mens en de wereld waarin hij leeft worden in al hun aspect bekeken en bestudeerd. Logica, Geschiedenis van het filosofisch denken, Geschiedenis van de moderne wijsbegeerte, Geschiedenis van de hedendaagse filosofie, kosmologie, antropologie, sociologie en economie zijn maar enkele vakken uit het aanbod.
Na de filosofie wordt vier jaar theologie gestudeerd. Daar staat God en zijn relatie tot de schepping en de mens centraal. De Bijbel wordt uitvoerig bestudeerd in het vak exegese (de profeten, de historische boeken, de synoptische evangelies,…). Het vak fundamentele theologie belicht de belangrijkste geloofsmysteries: God, Jezus Christus, de heilige Geest, de Kerk, de Schepping, Maria, de genade,… Ook liturgie, de sacramenten, kerkgeschiedenis, oecumene, de wereldgodsdiensten, moraaltheologie staan op het programma. In de pastorale vakken krijgt de student de kans zijn pastorale ervaring te toetsen en verder te ontwikkelen.
Elk jaar wordt een abdijgrenzen overschrijdende spiritualiteitsessie georganiseerd voor alle jonge norbertijnen in opleiding. Gedurende een drietal dagen wordt naast de mogelijkheid tot ontmoeting en uitwisseling een bepaald thema uit de spiritualiteit nader en uitgebreid belicht. In de voorbije jaren werd stilgestaan bij de spiritualiteit van de eerste norbertijnen (12de-13de eeuw), De ascese in de orde van Prémontré, Gebed en meditatie, Maria, Religieuze kunst en geloof, Spiritualiteit en de heilige Norbertus, de heilige apostel Paulus.
Om de pastorale vaardigheden verder te ontwikkelen nemen de studenten elk jaar deel aan de Interdiocesane pastorale studiedagen die georganiseerd worden door de verschillende Vlaamse priesteropleidingen in samenwerking met de faculteit theologie van de KULeuven. daarin wordt stilgestaan bij aspecten van het pastorale werk: Hoe omgaan met ziekte en lijden, de armoede, Bijbel en pastoraal, Volwassencatechese,…
|