Gegrepen door Jezus
Eigenlijk was ik al sinds mijn tienerjaren geïnteresseerd in abdijen. Dat maakt dat ik er al heel wat over wist. Dat leven in een abdij, dat leek me wel iets, maar aan effectief intreden had ik nooit concreet gedacht. Na mijn studies ben ik gewoon gaan werken. Met de jaren werd ik toch meer gegrepen door Jezus, en ontstond het verlangen mij meer te kunnen inzetten voor de kerk. Mijn oorspronkelijk idee was dat ik dat best kon doen als pastoraal werker. Ik ben dan ook gestart met de opleiding daarvoor.
Ik was vroeger reeds enkele malen in de abdijkerk van Averbode geweest, maar het heeft me nooit op het idee gebracht dat ik hier zou willen leven. In het voorjaar van 2007 was ik in de abdij voor een repetitie voor een concert in de abdijkerk, en toen had ik plots wel dat idee. Ik wist dat ik toch eens goed moest overwegen of mijn toekomst niet in de abdij kon liggen.
Vanaf dan heb ik de abdij regelmatig bezocht, meestal voor drie of vier dagen. Ik kon er meeleven dicht bij de abdijgemeenschap. Het typische koorgebed van de abdijen was voor mij niet onbekend, maar het gemeenschapsleven was helemaal nieuw voor mij. Door vaak naar de abdij te komen heb ik dat leren kennen, en heb ik gezien dat het bij me paste. Ik vind het altijd jammer als ik weer moest vertrekken, en ik keek er altijd naar uit om terug te komen. Ik kon na een tijd eigenlijk geen reden meer vinden waarom de abdij niet iets voor mij zou kunnen zijn.
Niet dat ik er in die periode nooit aan getwijfeld heb, maar ik vond toch dat ik het erop moest wagen. Een jaar en enkele maanden na mijn eerste idee daaromtrent, ben ik dan ingetreden.
fr. Bart Pauwels
Roeping? — Het is voor ieder van ons een persoonlijk verhaal…
Aangeraakt worden door Iemand
Al op jonge leeftijd voelde ik, dat ik ‘anders’ en meer ‘gevoelig’ was dan mijn leeftijdsgenoten. Ik was iemand die met grote ogen naar de dingen om mij heen keek. De prachtige bossen van Waterloos en Bergerven waren vaak mijn toevlucht op vrije momenten. Het was daar zalig om te wandelen; gerust gelaten.
Als zevenjarige werd ik misdienaar in de dorpskerk van Waterloos. Hier kwam ik tot innerlijke rust. Hier mocht ik ‘andere’ dingen gewaarworden. Mijn lagere school periode was voor mij geen gemakkelijke tijd. Mijn aandacht ging uit naar Iets anders wat ik niet ‘begreep’ en waar ik toen geen woorden voor kon vinden.
Op mijn zeventiende werd het mij duidelijker. Ik had alleen schrik. Waarom zou ik ‘in Godsnaam’ kloosterling willen worden en priester? Wat zouden de mensen wel niet van mij denken? Ik was nog zo jong en dan deze weg gaan? Ik zou deze gedachten onderdrukken en ik wilde onderwijzer worden. Mijn ogen sloot ik voor al die dingen die ik om mij heen, en tegelijk aan mij, zag en voelde gebeuren. Aanvankelijk lukte het mij om dit sluimerende verlangen te onderdrukken. In die tijd werd ik ook wel eens op een meisje verliefd en toch was de ‘aantrekkingskracht’ om dit leven te gaan leiden sterker.
Op een ontmoetingsdag met een groep catechisten uit het bisdom Hasselt werd ik innerlijk zo geraakt door een vers uit de eerst brief van Johannes – ‘als wij elkaar liefhebben, woont God in ons’ – dat mijn verlangen alleen maar sterker werd.
Door een misdienaardag van het bisdom Hasselt leerde ik de abdij van Averbode kennen. Op een of andere manier werd het mij duidelijk: hier is de plaats waar ik moet zijn. Op 15 augustus 1999 trad ik in bij de norbertijnen van Averbode.
Kloosterling en priester worden is de weg van de liefde gaan
De jaren dat ik als norbertijn en priesterstudent in opleiding was, waren eigenlijk wel “woelige” jaren. Mijn innerlijk verlangen naar de pure Liefde die mij eens had aangeraakt werd vaak op de proef gesteld. Stilaan leerde ik ontdekken, dat de Liefde waardoor ik mij had laten inpalmen, zowel de Godsliefde als de naastenliefde omvat en dat deze twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het markante is, dat de overgave aan de Liefde ons soms pijn doet en het kruis nu en dan zijn stempel drukt op ons leven.
Over het ‘onzegbare’ dat niet met woorden te omschrijven is
Ik geloof dat God zich in de liefde voelbaar aan ons openbaart want de liefde is uit God
(1 Joh 4,7). Hijzelf is de Inspirator van de liefde die wij dag in dag uit kunnen ervaren. Het is onmogelijk om ‘de aanraking door de pure Liefde’ – want dat is voor mij roeping – en datgene wat het in ons diepste zijn teweegbrengt onder woorden te brengen. Het ‘onzegbare’ laat zich niet gezeggen, laat zich niet onder woorden brengen. Wie door de pure Liefde wordt aangeraakt kan enkel, in totale overgave, woordeloos bestaan in de Andere. Daarom ook dat de figuur van de zalige Charles de Foucauld mij zo aanspreekt. Hij verkondigde het niet met woorden maar met zijn leven: God is liefde (1 Joh 4,16).
Het is de Liefde-drang, die leidt uw zachte gang, uw zonnig-lachend groeten; uw schalks en vriendlijk woord is uw wijdopen poort om Christus te ontmoeten.
fr. Chris Jeunen
|